15 januari 2018. Deze week in de spotlight: 

Teun van de Kamp en Ans Bokkers! Zij verzorgen samen al jaren op vrijwillige basis, via het Rode Kruis Nijkerk, de EHBO op de springwedstrijden van De Neuderuiters, de menindoor van De Lange Boom en de springwedstrijden van de ponyclub De Toekomst. Teun doet dit al 25 jaar en Ans is sinds 15 jaar actief op Manege Luxool. ‘We horen ondertussen gewoon bij de inventaris!’ voegt Ans hier lachend aan toe.


Beiden hebben geen achtergrond met paarden. Vroeger liepen bij Ans op de boerderij wel wat paarden maar wedstrijden heeft ze nooit gereden. Wat maakt het dan toch zo leuk? Dat antwoord is simpel: de gezelligheid! Teun: ‘Aan het begin was het wel even wennen tussen de paarden hoor maar na al die jaren leer je steeds meer mensen kennen. Het sfeertje op de wedstrijden en de waardering die je krijgt, maakt het dat de dagen omvliegen. En ondertussen kan ik ook echt genieten van een spannende finale, waarbij het om seconden werk gaat!’ Ans voegt hier nog aan toe: ‘We worden altijd super verzorgd en het is fijn dat als er echt wat aan de hand is, iedereen bereid is te helpen. En omdat we het al zo lang doen, zie ik ook ruiters terug komen die we nog kennen van hun ponytijd. Leuk om te zien hoe ze doorgroeien in de sport en om te horen hoeveel ze er voor doen!’

Het is vrijwilligerswerk en kost ook best wat tijd. Veel wedstrijddagen en om de week is er een lesavond van het Rode Kruis. Toch glunderen Ans en Teun helemaal tijdens het interview. Zoals Ans zo mooi omschrijft; ‘Het is een virus waar je mee besmet bent en wat het fantastisch maakt om te doen!’ Voor de Jumping Indoor Nijkerk neemt ze zelfs de hele week vrij om voldoende aanwezig te kunnen zijn. ‘Op de wedstrijddagen wisselen we elkaar altijd af en met de finales zijn we beiden aanwezig, dat is zo mooi om te zien!’ Ze zijn dan ook zeker onmisbaar op iedere wedstrijd, al is het fijn als ze een rustige dag hebben. Die opmerking wordt natuurlijk vaker gemaakt waarop Teun zijn antwoord klaar heeft; ‘Ik kom hier ook alleen maar om koffie te drinken, niet om te werken’.